Al eeuwen lang proberen wij de wereld te bekeren, zoals de moslims dat vandaag de dag bij ons doen. En denk niet dat wij altijd vriendelijker en goedmoediger waren, want dat is niet zo. Om bijvoorbeeld op Sri Lanka (het vroegere Ceylon en van 1640 tot 1796 een Nederlandse kolonie, ruim 150 jaar) ambtenaar te kunnen worden, moest je een Nederlandse naam aannemen en je Nederlands Hervormd laten dopen en dus lid zijn van de kerk. Zij werden dan bevorderd tot burgher, een hogere “kaste”, beter betaald, beter geschoold en hoger in aanzien. Op Sri Lanka zijn Nederlandse familienamen dan ook geen uitzondering en nog steeds geeft een burgher-afkomst een zekere status. Het verschil met de Islam is wel dat wij ons niet als mens meerwaardig vonden, maar wel als cultuur. Architectuur, rechtspraak, onderwijs, alles werd van hier gehaald en daar ingevoerd. Nog steeds is op Sri Lanka het Kadaster op Nederlandse regelgeving gebaseerd en Sri Lankaanse rechtenstudenten studeren in Leiden. Terwijl we er al weer ruim 200 jaar weg zijn.
Maar zending bedrijven doen we nog steeds, het zit in onze genen, het gevoel een superieure cultuur te hebben waarvan de wereld iets kan leren. Sterker nog, hoewel we kleiner zijn dan het koninkrijk Bhutan, hebben we de pretentie Globaal Gidsland te zijn op talloze levensterreinen: emancipatie van minderheden, strafrechtspleging, verslavingszorg, medische ethiek en nog enige reeksen van Nederlandse normen en waarden.
Ministers, Balkenende voorop, waarschuwen regelmatig de wereld zich fatsoenlijk te gedragen, naar goed Nederlands voorbeeld. Wij sturen ons leger naar Afghanistan, Irak en Soedan om aan het volk daar (en aan de Amerikanen) te laten zien hoe het hoort. Wij zijn grote voorstanders alle achtergebleven culturen binnen en rondom Europa de EG binnen te slepen, omdat we dan beter druk kunnen uitoefenen hun inferieure culturen ten goede te wijzigen.
We sturen leerplichtige straatmuzikantjes terug naar hun landen en onderhouden hun regeringen over hun onverantwoordelijk gedrag.
Ja, Nederland is Zendingsland als geen ander (of het zou Zuid Korea moeten zijn, die na het afschaffen van het hond eten nu hun zendingsmissies uitsturen)
Afgelopen weekend was ik een van de zestig coaches (ervaren managers) in een trainingsweekend voor veertig getalenteerde jonge managers. Er werd een even uitdagend als omvangrijk managementgame gespeeld, bestudeerd en geëvalueerd, waarin ook een aantal ethische dilemma’s waren verwerkt. Op één daarvan wil ik specifiek ingaan:
Steekpenningen
De casus betrof een wereldwijd opererend zeesleep- en baggerbedrijf met opdrachtgevers in tal van Afrikaanse en Aziatische landen. Een nieuw aangestelde divisiedirecteur werd door de Raad van Bestuur bewerkt om in de komende vergadering van de Concerndirectie een door de ethische commissie voorgestelde bedrijfsregel te torpederen. Deze regel behelsde een verbod voor elke medewerker in het bedrijf om steekpenningen aan te nemen of te betalen, dan wel dit op enige wijze te faciliteren.
Hoewel evident is dat een dergelijk beleid niet hanteerbaar is voor wie zaken doet in andere culturen, was het toch frappant om te ervaren hoeveel kandidaten hier tenminste grote moeite mee hadden of zelfs onoverkomelijke bezwaren. Sommigen waren bereid alsnog af te zien van de functie, anderen zagen er geen bezwaar in de groei en gezondheid van het bedrijf in de waagschaal te stellen. Het calvinisme is blijkbaar nog steeds diep geworteld in onze ziel.
Hoewel ik als lid van de Raad van Bestuur met verve het hoe en waarom had uitgelegd (het behoorde tenslotte tot mijn rol), knaagde bij thuiskomst toch de vraag naar de ethische legitimiteit.
Ik zal u mijn argumenten voorleggen:
In Nederland worden grote opdrachten al decennia lang giraal afgewikkeld en komt er vrijwel geen cash meer aan te pas. Dat is niet overal zo. De meeste economieën in de wereld draaien nog voornamelijk op cash. En wordt het leven geleefd (al was het alleen maar om de inflatie en andere onzekerheden van het leven) op dagbasis. Dit betekent dat in de hiërarchie van de samenleving iedereen zorg heeft voor zijn directe extended family. En zorg wil zoveel zeggen als cash. Dat geldt voor de functionaris die gemachtigd is orders te tekenen, voor de chefs die de faciliteiten verlenen, de laadmeesters, de terreinknechten, ach eigenlijk iedereen waar je langs moet om de opdracht tot een goed einde te brengen. Is dat erg? Zou het beter zijn de aan de inkoper betaalde steekpenningen op de factuur als korting in mindering te brengen? Waar komt dat geld dan terecht? Niet bij de mensen die als dagloner niet op de payroll staan, maar wel voor allerlei klussen worden ingehuurd. Dat geld komt bij de aandeelhouders terecht, bij mensen die van hun inkomen nog geld over houden om aandelen te kopen. Is dat dan eerlijk?
Nu houd ik hier geen pleidooi in onze geperfectioneerde samenleving het steekpenningen stelsel maar weer in te voeren; wij hebben geen dagloners meer en alles is geregistreerd. Daardoor kunnen we ons permitteren niet meer uit de losse pols met cash te hoeven strooien. En inmiddels hebben we dat tot ethische norm verheven.
Maar aan de andere kant durf ik het als onethisch te betitelen om het in dat overgrote deel van de wereld waarin cash nog king is, de daggeldeconomieën, niet met cash te strooien.
Dat is te rigide, te dogmatisch, te calvinistisch.
Dat is onze normen opdringen aan anderen, dat is onfatsoenlijk zending bedrijven.
Het enige wat wij mogen doen is vóórleven. Laten zien hoe wij het doen. Onze normen tot dogma’s voor de hele wereld te verheffen is neokolonialisme en paternalisme.
Ook na er nog eens over nagedacht te hebben, lijkt mij dit standpunt ethisch zeer verantwoord. Ik ben benieuwd naar uw tegenwerpingen.
Wim van Halm
Geen opmerkingen:
Een reactie posten