donderdag, april 19, 2007

"Gekwetste zielen"

Vorige maand schreef ik op deze website een artikel over politiek correctisme en de Nederlandse gewoonte om verhullend taalgebruik toe te passen. Ik noemde als voorbeeld dat jonge criminelen die in groepsverband overvallen plegen en geweldsdelicten begaan niet meer alszodanig mogen worden benoemd, maar aangeduid moeten worden als “kwetsbare mensen”. U dacht misschien dat dat een beetje cynisch was. Niet dus. Hedenmiddag hoorde ik op de radio de heer Johan Kist, directeur van de jeugdgevangenis “de Sprengen” in Zutphen exact dezelfde woorden gebruiken. Hij werd geinterviewd met betrekking tot het breed in de Tweede Kamer gedragen voorstel van de PvdA (Jeroen Dijselbloem) om gevangenen voortaan weer in gevangenistenue te steken en ze te verbieden om door middel van het dragen van dure kleding en veel en kostbare blingbling hun machogedrag te ondersteunen.

Mijnheer Kist vindt dit een slecht voorstel, omdat zodoende zichtbaar wordt dat de jongens in een ondergeschikte machtspositie verkeren, terwijl de behandeling er juist op gericht is om het machtsdenken te doorbreken; het gaat immers in het leven niet om macht, maar om gezag. Hij zei ook nog dat niemand beter uit de gevangenis komt dan toen ie er in belandde. Zijn jongens waren in het leven al zo “gekwetst”. Een boevenpakje zou volgens hem het probleem eerder groter maken dan kleiner. U kunt het hele interview zelf horen op
www.bnr.nl in de rubriek Radio archief, 19 april, 14.40 uur

Ik vraag mij in gemoede af hoe zulk soort lieden directeur van een gevangenis kunnen worden. Natuurlijk, hij zal er wel voor gestudeerd hebben en een of andere googtitel hebben. Eigenlijk heb ik dus niet de bevoegdheid daarover een oordeel te hebben, want ik ben geen goog en heb geen gevangeniservaring. Maar volgens mijn doorsnee burgermansmoraal kan zo’n meneer Kist toch beter pastoraal werker worden voor opvang van hopelozen in een of andere afgedankte kerk.

Zo’n zeventig procent van zijn clientele recidiveert. Waarschijnlijk als gevolg van hun straf, want “je komt er nooit beter uit dan je er in gekomen bent”’ (sic) Mijnheer Kist gelooft dus zelf niet in de heilzaamheid van zijn werk. Dan moet je toch zo’n post niet willen bekleden? Je moet wel geloven in je job, anders moet je echt iets anders gaan doen.

Hoezo gekwetst? Ja, zij hebben gekwetst! Onschuldige mensen aangetast in hun integriteit. Bewust en expres, voorbedacht of zelfs zonder er over te hebben nagedacht. Tja, ’t kan zijn dat denken niet hun sterkste asset is, reden temeer om de maatschappij er tegen te beschermen en ze duidelijk te maken dat zij niet de macht hebben.
Maar als ik mijnheer Kist goed begrijp is de gevangenis juist bedoeld om zelfvertrouwen en zelfrespect te ontwikkelen. Om zodoende de vicieuze cirkel van de machtsondergeschiktheid te doorbreken.

In mijn beleving komen de pupillen van mijnheer Kist op die manier toch echt sterker terug in de maatschappij. Meer zelfvertrouwen, meer zelfrespect, gepokt en gemazeld als ervaren crimineel. De gevangenis is gewoon een deel van je beroepsopleiding als crimineel! En of je het nou gezag of macht noemt mag je zelf weten, als ik maar de baas ben.
Zit ik er nou ver naast? Zo werkt dat toch? Iedereen wil hogerop, maar wel ieder in zijn eigen wereld. Waarom zou je omscholen als de wereld waarin jij leeft jou goed bevalt? Het is niet zo dat iedereen het liefst boekhouder of vertegenwoordiger wil zijn. Als je bent opgegroeid in een wereld waar een klap meer of minder niet telt, waar het woord integriteit in het woordenboek moet worden opgezocht en waar het slachtoffer maar beter uit had moeten kijken, is het woord gezag net zo exotisch als integriteit.

Spaar me dat softe getrut van mensen als mijnheer Kist. Ik wil hem het advies geven om ook eens buiten zijn oogkleppen te kijken om de echte wereld te zien.

Tenslotte: als ze in boevenpakjes lopen kun je ze ook weer gemakkelijker oppakken als ze er vandoor zijn gegaan tijdens “begeleid verlof”.

donderdag, april 12, 2007

Dubbele Paspoorten

Het heeft even geduurd, maar toch alsnog enige opmerkingen over dubbele paspoorten. Enige rust inbouwen alvorens geprononceerde meningen te verkondigen is trouwens nooit slecht en zou vaker moeten worden toegepast. Het zou onnodige hypes kunnen besparen. Jammer voor het journaille, jammer voor de sensatie die niet komt, maar wel iets meer maatschappelijk evenwicht.

Het gaat niet om de juridische aspecten, daar mogen rechtsgeleerden zich in hun studeerkamers over buigen. Het gaat om de dubbele loyaliteiten, de dubbele petten. We hebben nooit moeite gehad met dubbele paspoorten, integendeel, meestal ervaart de bezitter van een tweede paspoort dat als een voordeel. Niemand in de wereld doet onnodig afstand van zijn nationaliteit van geboorte.
Onze eigen emigranten naar Canada, Nieuw Zeeland en andere landen hebben vrijwel zonder uitzondering hun Nederlandse paspoort behouden. Al was het alleen maar om op hun oude dag zonder problemen te kunnen terugkeren naar hun geboorteland. En sommigen daarvan zijn in zeer hoge posities terechtgekomen. Bill van der Zalm was in de jaren tachtig / negentig van de vorige eeuw Gouverneur van British Columbia (West Canada; een gebied groter dan West Europa), ik noem maar een voorbeeld. Bill van der Zalm heeft nog steeds een Nederlands paspoort naast zijn Canadese. Geen probleem, er zijn immers geen conflicterende belangen. Voor zijn loyaliteit aan Canada (en de Engelse koningin) beschikt hij over een Canadees paspoort en heeft hij de eed op de grondwet afgelegd.

Omgekeerd mag het dan ook geen enkel probleem opleveren als een Nederlander (iemand met een Nederlands paspoort) die op grond van geboorte ook over een ander paspoort beschikt in alle rechten wordt gehonoreerd die elke Nederlander heeft. Er zijn geen eersterangs en tweederangs Nederlanders.

De politieke partijen hebben nagelaten daar nuances in aan te brengen: dubbele paspoorten impliceerde tegelijkertijd dubbele loyaliteiten. PVV, VVD en SP zijn op dit punt verwijtbaar de mist in gegaan.

Iets geheel anders is het probleem van de dubbele petten. In de Nederlandse politiek is het gebruikelijk dat, ter wille van de zuiverheid, leden van het Kabinet, de Eerste en Tweede Kamer, hun eventuele belangen in bedrijven opgeven zolang zij alszodanig functioneren. Lubbers, Jorritsma en vele anderen hebben zich in alle bochten moeten wringen om “een mogelijke schijn van belangenverstrengeling” uit te sluiten. We zijn in ons landje op dat punt gereputeerde scherpslijpers. Elk ongewenst gedrag zijn wij bereid te gedogen, maar nimmer als persoonlijk belang en publiek belang “met elkaar verstrengeld” zouden kunnen raken.

Deze regel is met de benoeming van in elk geval Mevrouw Khadija Arib om ongetwijfeld politiek correcte overwegingen buiten werking gezet. Mevrouw Arib adviseert (direct of indirect) de koning van Marokko, welke, anders dan hier, een doorslaggevende politieke rol heeft. Nu is sinds jaar en dag de belangrijkste bron van (deviezen)inkomsten in Marokko de export van arbeid, van mensen. Met Nederlandse inkomsten uit loon en uitkeringen is in Marokko welvaart gekomen. Er is Marokko veel aan gelegen dat zo te houden. Vandaar het eervolle lidmaatschap van mw. Arib in de koninklijke adviescommissie.

En ja, daar kunnen heel gemakkelijk belangenconflicten uit ontstaan. Bijvoorbeeld met de herkeuring van allochtone WAOers of zoiets. Het is immers niet in het belang van (de koning van) Marokko om daar al te streng in te zijn. Is dat vergezocht? Zuiver Nederlandse politici zijn tig keer harder aangepakt. Waarom zouden we tegen Nederlanders met een allochtone achtergrond minder stringent zijn? Om onze goede wil te tonen? Die taak hebben we toch niet? Regering en Parlement hebben maar één taak: Nederland goed besturen en van alle functionarissen daarin mag worden verlangd uitsluitend daarmee bezig te zijn.

Personen die door afkomst, bezit of wat dan ook per definitie niet objectief kunnen zijn op bepaalde beleidsterreinen mogen geen functie op dat beleidsterrein bekleden.

Dat lijkt mij een eenvoudige, maar zeer bruikbare stelregel. Ongestoorde objectiviteit is het minste wat je van iedere bewindspersoon mag vragen. Dat kan natuurlijk niemand, maar “de kat op het spek binden”, zoals een oud Nederlands gezegde luidt, is wel heel erg overdreven troetelig en naief.

Al met al: Albayrak op onderwijs: prima, integreer ze maar, al die zwarten op die witte scholen of omgekeerd. En Arib op Milieu: lijkt me prima: hou ze maar tegen, die smerige exporteurs van Nederlands afval naar Afrikaanse landen. En Aboutaleb, een fantastische kerel met bewezen kwaliteiten in Amsterdam: financiën. Als Amsterdam (zijn stad) meer geld wil, regelt hij dat door maatregelen die hogere belastingopbrengst genereert, bijvoorbeeld door bestrijding van belastingfraude.

Uit eigen waarneming weet ik dat de vastgoedmarkt in Amsterdam (maar beslist niet alleen daar) voor een belangrijk deel een witwasmachine is. Een machine die in belangrijke mate wordt beheerst door keurig geklede heren van allochtone afkomst die probleemloos alles opkopen wat ter veiling wordt aangeboden. Of de prijs te hoog is maakt niet uit, als maar tenminste een aanzienlijk deel daarvan kan worden witgewassen. Na verloop van tijd verkopen ze onderhands door voor desnoods de helft.
Is dit een niet te bewijzen beschuldiging? Ja, maar uit persoonlijke waarneming weet ik dat dit waar is. Mag ik dat dan beweren? Ja. Of niet soms?

Zolang dat zo is moeten we de kat niet op het spek binden.

Met dubbele paspoorten heeft dat niets te maken.


Wim van Halm

zondag, april 01, 2007

Als Ouderen dood willen, vraag je toch: waarom?

In Trouw van 28 maart j.l. schrijft Theo Boer, universitair docent ethiek aan de Protestantse Theologische Faculteit te Utrecht dat het van een “alarmerende kilheid” getuigt als de samenleving zelfdoding rimpelloos zou accepteren.
Even daarvoor schrijft hij: “Het zou niet de eerste keer zijn dat de babyboomers zich bijzondere rechten eigen maken: eerst privileges waar moderne jongeren alleen maar van kunnen dromen, zoals vut en uitstekende pensioenen, en om al dat moois af te ronden nu ook de zelfdoding regelen”.
Over verbijsterende kilheid gesproken… Alsof “de babyboomers” zichzelf als geprivilegeerde groep heeft gemanifesteerd en alleen voor zichzelf bezig zijn (geweest). Er is voor gewerkt, nagedacht, betaald en niet alleen voor henzelf, maar ook, en misschien wel vooral, voor hun nageslacht en voor een betere wereld.
Om met Geert Wilders te spreken: “het is schandalig” om zo een hele generatie te stigmatiseren als opvreters en egoisten.
Het is alsof Boer de babyboomers het privilege wil ontnemen om waardig te sterven, nota bene boven op al het andere wat ze al voor zichzelf binnengesleept hebben. Ik vraag me af waar de ethische inborst van Boer zit en of zijn mening representatief is voor alle ethici in Utrecht. Ik zal eens rondvragen.

Terug naar het onderwerp: waardig sterven. Het lijkt me geen onderwerp dat zich leent voor kwalificaties als “recht op” of zoiets. Niemand heeft “recht op”. Humaniteit betekent keuzevrijheid; de ratio geeft de mens keuzevrijheid, keuzevrijheid tussen goed en kwaad, tussen waardig sterven of de ellendige vernietiging als onvermijdelijk accepteren. Ook de beleidende Christenen onder ons die nog echt geloven in de zes dagen van de schepping wil ik er op wijzen dat de mens, door te eten van de boom van goed en kwaad, zelf heeft gekozen voor keuzevrijheid, hetgeen de mens vervolgens door God werd gegeven. Maar ook de niet gelovigen moet het aanspreken dat humaniteit betekent dat de mens capabel is te kiezen en het eigen lot te bepalen. Ook sterven hoort daarbij.

En iedereen mag mij vragen waarom ik de beslissing neem om te sterven of te blijven leven. En iedereen heeft recht op een oprecht antwoord. Maar niemand heeft het recht om daar een waardeoordeel aan te verbinden. Dat is aanmatigend, alsof de vrager meer recht heeft op het gelijk dan de antwoorder. De “waarom” vraag is trouwens altijd agressief. Het betekent immers impliciet “ik ben het niet met je eens”. Zo zou het niet moeten zijn, maar zo is het geworden. De waarom vraag was ooit een vraag van interesse, maar dat is veranderd. Uit de waarom vraag blijkt geen empathie, alleen behoefte aan munitie om de ander van repliek te kunnen dienen.

In het artikel van Theo Boer proef ik die agressie, dat het oneens zijn met anders denkenden, die zendingsdrang om met de waarom vraag mensen op andere gedachten te brengen.

Ik ben bijna vijfenzestig en al meer dan vijtien jaar lid van de NVE, de Vereniging voor Vrijwillige Euthanasie. In mijn portemonee zit een niet-reanimeren-pas, ik ben een principieel voorstander van Vrijwillige Euthanasie. Nog steeds, ondanks dat ik, na mijn tweede hartinfarct, nog in het ziekenhuis, geheel onverwachts in een klinisch dood situatie tercht kwam. In paniekerige, maar niettemin toegewijde zorgzaamheid heeft men mij, niet bewust van mijn niet-reanimeren pas, toch gereanimeerd. Ik heb nog wat in coma liggen sudderen, maar toen men mij na enkele dagen vroeg wat er gebeurd was wist ik van niets. Volgens mij had ik een beetje geslapen en wat gedroomd. Achteraf kun je zeggen dat ik geluk heb gehad, maar hoezo? Als ik was overleden had iederen daar vrede mee gehad, zelfs mijn vrouw, los van de rouwverwerking, hetgeen een apart hoofdstuk is dat geheel buiten dit kader valt. Ongeacht wat ik nadien aan waarde heb bijgedragen aan de wereld om mij heen, zoals wellicht nu, zou niemand mij gemist hebben, de emotionele aspecten buiten beschouwing latend. De wereld draait gewoon door, msschien zelfs beter.

Daarmee kom ik terug op het wereldbeeld van Theo Boer. Hij ziet kennelijk niet het leven als een recht, maar als een plicht: “Leven zult gij tot ge er in pijn en ellende bij neervalt, desnoods tot afschuw van wie u omringen, maar tot meerdere ere en glorie van God.”. Dat kan toch niet waar zijn! De mens koos (en kreeg) keuzevrijheid tussen goed en kwaad, maar houdt dat als het om leven of sterven gaat houdt dan opeens op!

Waarom zouden we niet accoord gaan met een zelfgekozen dood? Jong of oud, mij maakt het niet uit. De legitimatie “ondragelijk lijden” komt voor in alle leeftijdscategorieën. En wie afscheid neemt en op de ultieme trein stapt: het zij zo. Voorwaarde voor mij is dat ze geen rotzooi achterlaten. Geen vernielde levens, schulden of andere schade. Dat is laf vluchtgedrag en dat is te simpel.

Maar als het leven geleefd is (en wie anders dan de betrokkene kan daarover oordelen) zou het mogelijk moeten zijn om waardig afscheid te nemen. Ik zei het al: ik ben bijna vijfenzestig en heb recentelijk mijn aanvraag voor AOW ingediend. De eerste uitkering ga ik stoppen in een gezellig feest. Want zolang ik er ben wil ik er zijn. En reken erop dat ik er zelf ook van geniet. Maar genoeg is genoeg: maatschappelijk voel ik geen functie meer, geen toegevoegde waarde, de maatschappij heeft mij niets meer te bieden, en ik de maatschappij niet wat een ander niet ook kan en misschien zelfs beter. Waarom zou ik dan tot het bittere eind, seniel en onbekwaam, m’n familie en vrienden in ellendige vertwijfeling doen verkeren en de maatschappij op kosten jagen? Omdat ik rechten heb? Bullshit! Ik heb recht op keuzevrijheid en ik kies voor de dood als de redelijkheid daar is. Ik heb “recht op een waardig leven en recht op een waardige dood”, net zo goed als ik “geen recht heb op een waardig leven en geen recht op een waardige dood”, zoals etici als Boer beweren Ik veroordeel de maatschappij die mij mijn keuzevrijheid, ook over leven of dood, niet faciliteert. Dat is aanmatigend, bevoogdend en nog wat van dat soort termen.

Ik leef!. En ondanks mijn niet gelukte zelfgekozen dood, geniet ik ervan. Ik heb een lieve vrouw waar ik oprecht van hou, zelfs na meer dan 45 jaar vriendje en vriendinnetje. Ik heb vele vrienden en vriendinnen en ik geniet evan, maar aan alles komt een eind. Zou het morgen zijn: ik ben bereid. Sans rancune. Ik zal mij niet beroepen op “recht op leven”. Dat hebben we niet; we hebben alleen de plicht om er te zijn zolang als we er zijn. En als we die plicht niet meer kunnen vervullen hebben we “recht om te sterven”. Is dat redelijk? Ik denk van wel!

Maarn ,maart 2007

Wim van Halm.