
Met stijgende verbazing het artikel van Herman M. van Praag in Trouw van 4 april gelezen. Omdat ik niet goed kan rijmen hoe dit bij zijn niet geringe wetenschappelijke status past. Ja, de formuleringen zijn er, de consistentie lijkt aanwezig, maar de wetenschappelijke onderbouw ontbreekt. Op het gevaar af, zeg maar de zekerheid, dat ik onmiddellijk het etiket “Jodenhater” krijg opgeplakt, ga ik toch proberen wat kanttekeningen te plaatsen bij de sombere analyse van dhr. van Praag.
Ik wil beginnen met hem voor te houden dat hij wellicht in overweging kan nemen wat meer naar de gedreven, maar vrolijke ex-journaliste Marga van Praag te kijken en en wat minder naar de zure, cynische Clairy Polak. Twee schoolvoorbeelden van Joods zelfbewustzijn en emancipatie. Dat maakt het verschil tussen open en nieuwsgierig, onbevangen goede vragen stellen en vanuit een bevooroordeelde mening vragen en aansturen op de gewenste uitkomsten. Een immer open mind tegenover matriarchale dogmatiek.
Van Praag (Herman) is blijkbaar een teleurgesteld man, die na de optimistische hoop in zijn jonge leven alleen maar achteruitgang heeft ervaren in het realisatieproces van zijn idealen.
Het is ondenkbaar dat een niet Joodse wetenschapper dit artikel had kunnen schrijven. En het is niet zomaar een artikel, het is het hoofdartikel van het belangrijkste weekendkatern van (misschien wel het enige baken in de journalistieke zee) dagblad Trouw door een gerenommeerd en gerespecteerd wetenschapper. Dat schept wetenschappelijke en morele verplichtingen..
Dat zo zijnde werpt de vraag op of de theses van van Praag wetenschappelijk en moreel houdbaar zijn. Ik denk van niet.
In de eerste plaats dit: naar mijn mening bestaat er geen enkel verschil tussen Joodse wetenschap en Niet Joodse wetenschap. Ontdaan van besmetting door niet relevante zij-invloeden moeten op eenzelfde willekeurige casus een Joodse wetenschapper en een niet Joodse wetenschapper tot dezelfde uitkomst komen.
In dit geval kan ik mij niet voorstellen dat enige niet Joodse wetenschapper, van welke religieuze denominatie ook, tot dezelfde conclusies en stellingen gekomen zou zijn. Dat geeft dus te denken over het wetenschappelijk kaliber van dit artikel en ik zou het niet gek vinden als de wetenschapper Herman van Praag alleen al op grond van deze argumenten afstand zou nemen van dit (zijn eigen) artikel.
Laat mij dit onderbouwen.
Om te beginnen gaat van Praag uit van de veronderstelling dat haat een normaal fenomeen is. Ik bestrijdt dit ten volle. Haat komt in de hele natuur niet voor, behalve bij sommige mensen en het is cultuurbepaald. Het christendom heeft, met het Nieuwe Testament in de hand, twintig eeuwen gestreden om haat uit ons woordenboek te schrappen. Niet altijd gelukt, helaas, maar bereikt is wel dat de hele christelijke cultuur inmiddels is doordesemt van het besef dat haat uitgebannen moet worden. De rudimenten van de haatcultuur in het christendom stamt uit het Oude Testament (De Thora zo u wilt) en is moeilijk uit te bannen, maar we zijn op weg.
Het is tekenend voor de Joodse cultuur dat haat als aanvaardbaar onderdeel van de samenleving wordt beschouwd. Haat is een kanker dat de menselijke verhoudingen verziekt. Joden tegen Moabieten, Filisteinen en Samaritanen, Duitsers tegen Joden, Hutu’s tegen Tutsi’s, het is een kanker. Niet acceptabel en zeker niet voor een ontwikkelde wetenschapper. Van Praags acceptatie is tekenend voor de voor-christelijke, maar nog steeds actuele Joodse cultuur.
Laat overigens duidelijk zijn: haat is niet een exclusief Joods cultuurfenomeen, alle (van oorsprong) herdersvolken in het Midden Oosten hebben deze virus in hun cultuur toegelaten en is inmiddels genetisch consistent,.
Van Praag wandelt met grote stappen door de historie zonder causale verbanden tussen oorzaken en gevolgen ook maar enigszins aannemelijk te maken. “In de gekerstende wereld nam de Jodenhaat destructieve vormen aan”. Mij niet bekend, met uitzondering van de Nazitijd, die niets met “gekerstendheid” te maken had, slechts met uit de hand gelopen en misplaatst vijanddenken van een uitgebuit en vernederd volk (de Duitsers) dat noodzakelijkerwijs zichzelf moest hervinden. De Joden waren een makkelijke prooi doordat de Rooms Katholieke kerk en ook de Protestantse kerken de Joden min of meer als Godsmoordenaars beschouwden en de Joodse gemeenschappen kwetsbare groepen waren. Maar geen van deze christelijke kerken heeft destructieve aspiraties gehad. Het waren geen Joden die in vroeger eeuwen op de brandstapels gingen en er zijn heel veel Joden tot grote hoogte en blijvend respect in onze samenlevingen gekomen, waaronder ook Herman van Praag. De gekerstende wereld afschilderen als een anti Joods complot is een vertekening van de werkelijkheid die zelfs niet in een opstel van een Joodse puber hoort voor te komen, laat staan in een essay van een wetenschapper.
Alle respect voor het Joodse geloof en de Joodse cultuur, zoals ik gelijkwaardig respect heb voor het Boeddhisme: niet minder of meer, maar evenwaardig. Dat neemt natuurlijk niet weg dat er een waterscheiding is ontstaan tussen de laatste bladzijde van het Oude Testament (de Thora en de Profeten) en het Nieuwe Testament. Wraak en Vergelding maakten plaats voor Liefde en Vergeving. Het lukt mij dan ook niet om de “gekerstende wereld” te herkennen in “De Jood… een trawant van de duivel. Een sujet dat je zonder schroom mocht haten.” Nogmaals: haat is geen ingrediënt in de christelijke keuken.
Een suggestief tussendoortje van Van Praag, de impliciete veronderstelling dat democratie een uitvinding is van de Joodse gemeenschappen is, lijkt mij een gotspe; wel weet ik uit de Thora dat onderlinge ruzie tot de dagelijkse praktijk van de Joodse samenleving behoorde (en wellicht nog behoort), maar om dat nu tot de bron van de democratie te benoemen gaat mij wat ver.
Anderzijds is de koppeling van het Jodendom aan “De protocollen van de wijzen van Zion” evenzeer kwalijk. In brede zin wordt dat ook niet gedaan, het gaat om sektarische geesten die zich hier druk over maken. Te vergelijken en deels misschien ook wel gelijk aan Neo-Nazi’s. Ze zijn niet representatief voor het “gekerstende” denken en dat mag ook niet gesuggereerd worden door van Praag.
Vervolgens stelt van Praag de complottheorie over “de wijzen van Zion” gelijk aan het geloof in “De Joodse Lobby”. Nou weet ik niet of die “wijzen van Zion” geïdentificeerd kunnen worden als individuen, maar, ik kan er niet omheen: de Joodse Lobby bestaat echt. Zonder deze organisatie (AIPAC) zou Israel al lang door gebrek aan geld en politieke power zijn weg gevaagd. Alleen maar lof dat je zo’n krachtige organisatie in het leven kunt roepen en in leven kunt houden, maar laten we wel wezen: erg veel empathie met andere, niet Joodse levensvormen kan ik niet ontdekken.
Dan komt het ontstaan van de staat Israël aan de beurt. Om het “apenliefde” te noemen wat de “gekerstende” wereld heeft gedaan om Israël te stichten is misplaatst. Sterker nog: de ”gekerstende” wereld heeft haar bevoegdheden verre overschreden om een plaats te creëren waar Joden hun thuisland zouden kunnen vinden. Ze pakten land af dat door de ondergang van het Ottomaanse Rijk gemakkelijk was te confisqueren en ook nog lag op de plek waar de Joden oorspronkelijk woonden . De ”gekerstende” wereld voelde zich schatplichtig en deden wat mogelijk was om dat Joodse Thuisland te realiseren.
Dat het uitgelopen is op een drama is niet te wijten aan die ”gekerstende” wereld, maar aan de onverenigbaarheid van het Jodendom met de Arabisch/Islamitische cultuur. Dat was in de tijd van Abraham (Zie Thora/Oude Testament/Koran) al zo en dat is helaas nooit veranderd.
De suggestie dat de nieuwe staat Israël vrede en welvaart heeft beoogt te brengen voor iedereen is enigszins aanmatigend gezien de resultaten. Zijn al die andere mensen gek dan, dat ze het niet alleen in het begin afwijzen, maar nu nog steeds?
“Arabieren zagen de Joden als nazaten van de vroegere koloniale overheersers” stelt van Praag. Sorry, maar dit lijkt mij kletskoek van de bovenste plank tenzij van Praag dit wetenschappelijk kan onderbouwen. De Ottomanen waren immers de vroegere koloniale overheersers (na de Romeinen) en politiek was in die contreien geen item. (We slachten een schaap, doen misschien nog een gaap en vallen vervolgens heerlijk in slaap)
“Economisch, militair en wetenschappelijk werd Israël een successtory” zegt van Praag. Dat mag, als je het kunt onderbouwen. Economisch: ja, dank zij onvoorstelbaar veel hulp van buitenaf (schuldgevoelens, welvaart bij Joden in de diaspora, politiek correctisme, allerlei fenomenen die bij de ondergang van het oorspronkelijke Israël kennelijk ontbraken); militair: Is dat iets om trots op te zijn? In het Oude Testament en in de Thora werd dit verheerlijkt, maar het Nieuwe Testament, dat de ethische grondslag van de “gekerstende” wereld vormt verheerlijkt het militarisme niet en houdt ons in plaats daarvan de Liefde voor. Niets om trots op te zijn dus, hooguit als tak van wetenschap. Want dat is ontegenzeggelijk waar: op het gebied van wetenschappen heeft Israël grote hoogten bereikt. Hoe dat komt weten we ook, maar doet nu even niet ter zake. Des te triester is het dat Israël geen kans ziet om boven zichzelf uit te groeien en duurzame oplossingen te vinden. Van Praag speelt wel erg het verongelijkte kind dat slachtoffer is van voortdurende haat van de gehele wereld. Het vijanddenken zit van Praag kennelijk in de genen. Het is een vertekening van de werkelijkheid te beweren dat de Arabieren met een Israëlisch paspoort als gelijkwaardig worden beschouwd en behandeld. Je kunt als Arabier nog zo hoog stijgen, je blijft tweede rangs. Het superioriteitsdenken is eigen aan de Joodse cultuur en treft niet alleen de Arabieren, maar eigenlijk iedereen die niet Joods is. Ik hoef er de boeken van Leon de Winter en anderen uit onverdachte hoek maar op na te slaan. Zo lang dat zo blijft zie ik de schare Israëlfans niet groeien. De niet Joodse wereld wil alleen maar niet door de Joden geminacht worden en voelt zich daar ongemakkelijk bij. Van Praag mag dat “haat” noemen, maar nogmaals, haat is geen onderdeel van de “gekerstende” wereld.
Van Praag zet de verhoudingen onnodig op scherp. Jammer.
Wim van Halm