Vriendschap is essentieelGisteren is het nieuwe Kabinet beëdigd, het Kabinet Balkenende IV. Het ziet er goed uit en de koppigheid van Balkenende in aanmerking nemende om bij herhaling ijzerenheinig op het pluche te blijven zitten, ook als de Tweede Kamer hem naar huis wil sturen, geeft mij het vertrouwen dat ze de komende vier jaar wel zullen uitzitten. Hem komt in elk geval de eer toe dat hij een ministerscrisis niet onvermijdelijk omzet in een kabinetscrisis. Vóór Balkenende gold niet het idiote credo “Samen uit, samen thuis”, waardoor in het verleden zeer kundige kabinetten onnodig sneuvelden. Zo’n credo is leuk en leerzaam in een scoutinggroep, maar in een volwassen democratie kan toch het landsbelang niet worden opgeofferd aan het sneuvelen van een minister. In de politiek, ongeacht de bestuursvorm, hoort sneuvelen er nu eenmaal bij, zij het dat wij dat in ons land gelukkig slechts in overdrachtelijke zin interpreteren.
Het landsbelang gaat dus boven vriendschappelijke en collegiale banden. Dat neemt niet weg dat er wel degelijk vriendschappelijke banden moeten zijn in een ploeg die wordt verondersteld vier jaar lang zeer intensief lief en leed te delen.
En wat ik zo zie bij het aantreden van deze ploeg is vriendschap. Vriendschap die er, althans tussen de drie hoofdrolspelers Balkenende, Bos en Rouvoet, eigenlijk ook al was in de vorige kabinetsperiode. Maar die toen niet tot bloei kon komen vanwege soms inhoudelijke, meestal partijpolitieke meningsverschillen. Natuurlijk zijn die meningsverschillen functioneel, want uit de modder ontluikt de lotusbloem, hoewel het tijdens dat proces de vriendschap wel ernstig onder druk kan zetten.
Vriendschap is echter: praten over je meningsverschillen, communiceren! Dan dring je door tot het wezen van de ander, de echte intenties en motieven. Wie dat niet goed doet en alleen maar tegenover derden moppert over het onbegrip en de stupiditeit van de ander, kan nooit een vriend zijn.
Balkenende, Bos en Rouvoet hebben dat, onder leiding van Herman Wijffels, goed begrepen en uitgevoerd. Wijffels komt het onversneden respect toe dat hij de drie potentiële vrienden (zelfde achtergrond, zelfde maatschappelijke betrokkenheid) uit hun dagelijkse vechtcultuur heeft getrokken en hen heeft meegetroond naar een rustige plek. Geen toestanden, gewoon simpel Nederlands. Zelfs, (sterker nog: met name) de meereizende ronde tafel was een vondst van jewelste. Niet helemaal nieuw, want wie weet niet van de Ronde Tafelconferentie tussen de vier overwinnaars van de Tweede Wereldoorlog waarbij de wereld tussen hen werd verdeeld. Dat zou nooit mogelijk zijn geweest zonder Ronde Tafel (waarbij niet voor aanvang van de bespreking hoeft te worden bepaald wie waar zit, ofwel wie het machtigst is)
Rust en het afwezig zijn van machtssymbolen brengt de mens tot zijn essenties.
(Terzijde: jammer dat Amerika inmiddels de balans zo ernstig in haar voordeel heeft weten te brengen, maar dat is een ander chapiter)
Wijffels haalde de tegenstellingen en alles wat daartoe kon bijdragen weg en sprak de vrienden aan op hun gezamenlijke kwaliteiten. En zo ontdekten zij dat het klikte.
Daarom heb ik er vertrouwen in dat deze kern van dit kabinet de volle vier jaar zal regeren. En met succes. Drie musketiers zijn onverslaanbaar (met een knipoog naar de VOC)
Nogmaals: dat neemt niet weg dat er onderweg een of meerdere ministers zouden kunnen ”sneuvelen”, maar het driemanschap zal zich daardoor niet uit het speelveld laten slaan.
Om eerlijk te zijn denk ik wel dat dat ook zal gebeuren. Het hele Kabinet, alle Ministers en Staatssecretarissen zijn van onberispelijke statuur. De “screening” is immers tegenwoordig zo intensief dat je eigenlijk al heilig moet zijn voor je genoemd wordt, laat staan benoemd. Zelfs al heb je op de kleuterschool ooit het rokje opgetild van je buurmeisje: EXIT!! (hoe moet je tegenwoordig ooit leren hoe het echt zit?)
Om een voorbeeld te noemen: ik heb er een hard hoofd in dat Minister Plasterk het zal redden op zijn Ministerie. Wat een ongelofelijke moed heeft deze man om de strijd aan te gaan met zijn departement en het daaraan gebonden “onderwijsveld” Hij denkt natuurlijk dat hij de strijd aangaat met zijn politieke tegenstanders in het Kabinet en met het Parlement. Neen dus, het gaat om de beleidsambtenaren op het Ministerie, de vakbonden, gemeentes, uitgevers van studieboeken en andere belanghebbenden op het maatschappelijk middenveld. Ik zag op tevee al de stereotiepe docent (namaakleren bodywarmer etc.) al gezien: “geef ons het geld, en bemoei je je er verder niet mee”
Teleurstelling staat hem te wachten. Dat durf ik te zeggen uit eigen (voorbije) ervaring (niet als minister, niet op onderwijs, maar wel als regionale hotemetoot) Immers: bestuurders komen en gaan, maar het ambtelijk apparaat blijft altijd bestaan.
Vandaar dat het zo goed is dat de drie musketiers elkaar gevonden hebben in Beetsterzwaag. Samen kunnen ze het verschil maken. En ook als onverhoopt Plasterk inderdaad teleurgesteld voortijdig afhaakt: hij is sterk genoeg om zijn weg met kracht te vervolgen. Het ministerschap is niet het einde van zijn intellectuele reis door dit leven.
Anderen die de reis van de komende vier jaar wellicht niet op de nu gewenste wijze zullen beëindigen noem ik niet. Ronald kan er tegen, maar wie nog meer? Het is een harde confrontatie met jezelf en met een onvriendelijke, wantrouwige, cynische wereld, die zich altijd tekort gedaan voelt en niet gelooft in jouw weldoordacht ideaal.
Burgers van Nederland, Directeuren Generaal, Beleidsambtenaren op elk bestuurlijk niveau en andere opponenten, geef de drie vrienen al jullie credits. Ik denk dat ze het kunnen, het zijn vrienden en daar gaat het om in het leven.
Wim van Halm