woensdag, december 27, 2006

“De Koningin predikt” was de openingszin op het NOS-journaal op de avond van Eerste Kerstdag. “De koningin predikt het vrije woord”, zo was de complete zin. De kern ervan: de Koningin predikt, heb ik dus niet uit z’n context gehaald, het roept gewoon de door de redacteur gewenste sfeer op.
Mijn conclusie van de door de redacteur bedoelde journalistieke boodschap luidt: de koningin hield een preekje voor haar gelovigen. Iets anders dan de koningin voor ogen had toen zij haar toespraak schreef en voorlas, neem ik aan.
Maar zoals zij in haar toespraak al aangaf komt iedereen het recht op vrije meningsuiting toe, dus ook het NOS-journaal. Zij voegde daar wel iets aan toe. Letterlijk zei de Koningin: “Iedereen heeft recht op het vrije woord, maar moet bedacht zijn op een weerwoord”. Bij deze dus.

Ieder land in de wereld mocht willen zo’n Koningin te hebben die boven de partijen staat en niet schroomt om ons voor te gaan in respect te geven en respect te vragen. Je zult als land maar gezegend zijn met presidenten als Bush, Chirac, Mugabe, Mbeki of een van de vele andere al dan niet gewelddadige of corrupte ijdeltuiten.
Als we het instituut van ons koningshuis niet al zouden hebben, zouden we het moeten invoeren en zoals wij het in ons land hebben georganiseerd zou tot voorbeeld voor andere democratieën mogen strekken. Boven het gekrakeel van de elkaar vliegen afvangende politici het Koningshuis als Statelijk behoeder van de moraliteit. Niet uit de onberekenbare willekeur van democratische verkiezingen geroepen tot haar taak, maar uit hoofde van door de tijd gelouterde en geëvolueerde continuïteitsbehoefte. Geen politieke platvloersheid, maar morele superioriteit.

Dat is wat anders dan de ongenaakbare zelfingenomenheid van mijnheer Laroes, hoofdredacteur van het NOS-journaal. Door Sonja gevraagd naar het waarom van het door het NOS-journaal regelmatig betoonde simplisme, antwoordde hij met hautaine glimlach die duidelijk liet zien dat hij wel wist wat goed voor ons was. Geen houding van luisteren en leren, maar van het nog één keer uit willen leggen.

In zo’n sfeer gebeurt het dat ons belangrijkste nieuwsbulletin, het NOS-journaal, kiest voor de spottende openingszin: “De Koningin predikt”. Geen nuance, geen beschaving, gewoon ongeïnteresseerde grofheid. Je zou toch eens respect tonen voor het koningshuis of in het algemeen voor je publiek. Niet dat is bepalend voor de gemaakte (woord)keuzes, maar de opvattingen van de redacteuren.

Respectvolle journalistiek bedrijven is ook, misschien zelfs wel vooral, zorgvuldig de juiste woorden kiezen. Op goudschaaltjes wegen. Dat respect proefde ik uit de toespraak van de Koningin heel duidelijk, maar was bij het NOS-journaal aan dovemansoren gezegd.

donderdag, december 21, 2006

Multicultikul

Nu moet de publieke omroep zo nodig weer omgevormd worden, zodat “ook de allochtonen zich in onze cultuur herkennen” of zoiets. Wat is dat toch in onze cultuur, dat we ons altijd maar willen aanpassen aan de buitenstaander. De buitenstaander hoeft trouwens niet buiten te staan hoor, hij is meer dan welkom om zich aan ons aan te passen. En wie dat doet heeft geen behoefte aan multicultikul, die voelt zich gewoon thuis.
Hoeveel Nederlanders zijn er niet geëmigreerd naar Australië, Brazilië, Canada, en ga het hele alfabet maar verder door. Ooit gehoord dat die landen op grond van doorgedraaide gastvrijheid of neerbuigende bezorgdheid hun cultuur hebben aangepast? Elke geëmigreerde Nederlander weet dat de beste leerschool is om ondergedompeld te worden in de cultuur van het emigratieland. Zo leer je de taal en de gewoontes en word je het snelst één van hen.
Nederland is net zo goed als elk land in de wereld een culturele entiteit en wie van buiten binnen komt is vrij om te zijn wij hij/zij is, maar behoort ervoor te kiezen zich aan te passen.
Ik vind het vreselijk dat mijn zus in Canada conform de daar geldende norm de hele dag de televisie aan heeft staan en naar in mijn ogen stupide programma’s kijkt, maar ze is er inmiddels gelukkig mee en is één van hen geworden. Canada hoeft niet te veranderen, die blijven gewoon zeehonden knuppelen en bomen zagen. So what?
De allochtoon die zich niet aanpast en niet gelukkig is met onze cultuur zal niet gelukkig worden door wat allochtoon strooigoed, maar altijd een buitenstaander blijven. Nou en?
Internet en de schotelantenne bieden prachtige oplossingen om het heimweegevoel te onderdrukken en de band met de gewenste superieure cultuur te onderhouden. Daar hoeft de Nederlandse belastingbetaler geen geld of zendtijd voor in te leveren, lijkt mij.
Trouwens, in de loop der jaren is er al een heleboel gebeurd. We hebben een islamitische omroep, gekleurde nieuwsprogramma’s, amusementsprogramma’s, columnisten, waar praten we over. Prima! Zo ontwikkelt de integratie zich vanzelf. Zij de tijd om het te leren, wij de tijd om eraan te wennen en op den duur beseffen we niet meer dat er ooit wij en zij was.
Nederland is nog steeds tolerant genoeg om voor iedereen die positieve waarde toevoegt aan onze samenleving plaats in te ruimen. De enige norm is: meedoen!
Voor capuchons, burka’s, eerwraak en andere geprononceerde trots- en familiegevoelens is geen plaats en dat moet zo blijven.

Nogmaals: wat is dat toch, dat wij onszelf altijd maar wegcijferen, onze eigen in eeuwen opgebouwde cultuur weg relativeren. Inmiddels schamen we ons voor de Oost Indische Compagnie, voor de West Indische Compagnie, voor de Gouden Eeuw, Indonesië, Suriname, de Antillen en Nieuw Guinea. Wat is dat voor onzin. Dat alles mag nog steeds met trots in onze schoolboeken staan en hoeft in musea niet naar schimmige achterafhoekjes verbannen te worden.
Inderdaad zijn in de loop van de tijd de mores veranderd, maar dat geeft nog geen reden om ons met terugwerkende kracht te schamen. In de eerste plaats: slechts vijf procent van de slavenhandel liep via Nederlandse bedrijven. In de tweede plaats: de arbeidsverhoudingen waren in die tijd over de gehele linie niet zo best.
Als we ons steeds met terugwerkende kracht moeten gêneren om dat wat wij door voortschrijdend inzicht als ongewenst zijn gaan beschouwen, is er geen respect te bedenken waarmee wij onze voorgangers kunnen gedenken. Is dat redelijk? Natuurlijk niet, dat is puberaal. Zoals een dochter zich gêneert voor de “achterhaalde” opvattingen van haar vader. Kinderen groeien daar op den duur overheen, maar het lijkt wel of Nederland een collectief trauma heeft overgehouden aan ons verleden en alles uit de kast wil halen om de zonden uit het verleden te herstellen.
Dat voormalige “kolonies” daar gepast gebruik van maken door hun eigen onkunde te maskeren achter een zogenaamd “slavernijtrauma” waarvan men in de verste verte niets weet om zodoende financieel, moreel en cultureel (maar vooral financieel) genoegdoening te eisen, kan ik ze niet kwalijk nemen. Dat we daar in trappen neem ik onszelf hoogst kwalijk. Daarmee vernederen we onszelf en allen die vóór ons met hart en ziel hun best hebben gedaan om van ons moerasje een land te maken.
Weg dus met die multicultikul. Nederland is wat het is: nuchtere polderaars, bruggenbouwers, handelaars en dominees. Wie zich daarin thuis voelt en meedoet is welkom. Zo niet, het zij zo.

Dit was mijn kerstoverdenking en ik wens u fijne dagen.