dinsdag, april 15, 2008

Radboud Universiteit Nijmegen: opleiders in destructie.


Iets maken is veel moeilijker dan iets kapotmaken, dat weet zelfs een kind. Om iets te maken heb je positieve energie nodig, om iets stuk te maken heb je negatieve energie nodig. De Radboud Universiteit Nijmegen heeft zich blijkbaar gespecialiseerd in het laatste.

Met verbazing zag ik gisteren een foto van een glunderende hoogleraar met een aantal breed lachende studenten: het was gelukt de Ov-chipkaart te kraken. En ik las erbij dat zij het als hun maatschappelijke taak zagen dit werk te doen. Wat een ongelofelijke arrogantie! Ik kan u verzekeren dat geen van deze lieden in mijn bedrijf ooit zouden worden aangenomen, evenmin als de lieden die op zondag voor de lol een stadion in brand steken, hetzelfde soort. Beladen met negatieve energie. In mijn bedrijf zijn makers nodig, geen kapotmakers. Dat geldt natuurlijk voor de hele samenleving, maar in onze verziekte cultuur is het kapot maken inmiddels wel tot een maatschappelijk aanvaard gezelschapsspel geworden. Universiteiten strijden met elkaar wie het eerste iets kapot heeft.
Natuurlijk is het van belang dat producten zo foutloos mogelijk zijn, maar niets is volmaakt en alles is kapot te krijgen. Als je alle kosten en moeite in aanmerking neemt die het kraken van de Ov-chip heeft gevergd dan is dit te betitelen als buitenproportionele destructiedrift. Daarmee zijn de “Radboudhackers”, zoals zij niet genoemd willen worden, maar wel zijn, geen onderdeel van de oplossing, maar een belangrijk onderdeel van het probleem.

Geen mens ter wereld heeft ooit een volmaakt product bedacht, laat staan gemaakt en dat zal ook nooit gebeuren. Dat is natuurlijk wel het streven, maar omdat we weten dat we de volmaaktheid nooit zullen bereiken is dat ook niet de vraag. De vraag is of het goed genoeg is voor het beoogde doel. We weten dat alles na te maken is, of het nu dollarbiljetten, strippenkaarten, paspoorten of horloges zijn. En dat gebeurt ook aan de rafelranden van onze samenleving, maar zolang dat onze samenleving niet ontwricht is dat een aanvaardbaar risico. Wat er nu gebeurt is dat de “ingenieurs der duisternis”, vanuit het schimmige rafelrandgebied universiteitsfähig zijn geworden en met hun negatieve energie onze samenleving van binnenuit ontwrichten.

De bovengenoemde hoogleraar wenst geen geheimhoudingsverklaring te tekenen voor zijn destructieve werkzaamheden. Daarmee is hij in mijn ogen wel degelijk crimineel bezig, wat vernielen om het vernielen toch is.
Zolang een product niet volmaakt is hoort de wetenschap het gaandeweg te blijven verbeteren. Bij te dragen aan de oplossing van problemen dus. En zich ondertussen te onthouden van activiteiten die de bruikbaarheid van het product vernietigen.
De lieden van de Radboud Universiteit zouden, indien zij begiftigd waren met positieve energie (quod non) mogelijk een uitstekend salaris kunnen verdienen als ontwikkelaar/verbeteraar bij de chipfabrikant, maar net als chemici die hun kennis gebruiken om wapens te ontwikkelen of juristen die zich specialiseren in het faciliteren van mafiosi, hebben ze op enig moment jammerlijk de verkeerde weg gekozen.
Als ik Rector Magnificus was van de Radboud Universiteit zou ik die attitude niet toestaan, maar misschien hoort het wel bij Nijmegen: altijd al de stad van de kraakbeweging.

Wim van Halm

maandag, april 14, 2008

Al eeuwen lang proberen wij de wereld te bekeren, zoals de moslims dat vandaag de dag bij ons doen. En denk niet dat wij altijd vriendelijker en goedmoediger waren, want dat is niet zo. Om bijvoorbeeld op Sri Lanka (het vroegere Ceylon en van 1640 tot 1796 een Nederlandse kolonie, ruim 150 jaar) ambtenaar te kunnen worden, moest je een Nederlandse naam aannemen en je Nederlands Hervormd laten dopen en dus lid zijn van de kerk. Zij werden dan bevorderd tot burgher, een hogere “kaste”, beter betaald, beter geschoold en hoger in aanzien. Op Sri Lanka zijn Nederlandse familienamen dan ook geen uitzondering en nog steeds geeft een burgher-afkomst een zekere status. Het verschil met de Islam is wel dat wij ons niet als mens meerwaardig vonden, maar wel als cultuur. Architectuur, rechtspraak, onderwijs, alles werd van hier gehaald en daar ingevoerd. Nog steeds is op Sri Lanka het Kadaster op Nederlandse regelgeving gebaseerd en Sri Lankaanse rechtenstudenten studeren in Leiden. Terwijl we er al weer ruim 200 jaar weg zijn.

Maar zending bedrijven doen we nog steeds, het zit in onze genen, het gevoel een superieure cultuur te hebben waarvan de wereld iets kan leren. Sterker nog, hoewel we kleiner zijn dan het koninkrijk Bhutan, hebben we de pretentie Globaal Gidsland te zijn op talloze levensterreinen: emancipatie van minderheden, strafrechtspleging, verslavingszorg, medische ethiek en nog enige reeksen van Nederlandse normen en waarden.

Ministers, Balkenende voorop, waarschuwen regelmatig de wereld zich fatsoenlijk te gedragen, naar goed Nederlands voorbeeld. Wij sturen ons leger naar Afghanistan, Irak en Soedan om aan het volk daar (en aan de Amerikanen) te laten zien hoe het hoort. Wij zijn grote voorstanders alle achtergebleven culturen binnen en rondom Europa de EG binnen te slepen, omdat we dan beter druk kunnen uitoefenen hun inferieure culturen ten goede te wijzigen.
We sturen leerplichtige straatmuzikantjes terug naar hun landen en onderhouden hun regeringen over hun onverantwoordelijk gedrag.
Ja, Nederland is Zendingsland als geen ander (of het zou Zuid Korea moeten zijn, die na het afschaffen van het hond eten nu hun zendingsmissies uitsturen)

Afgelopen weekend was ik een van de zestig coaches (ervaren managers) in een trainingsweekend voor veertig getalenteerde jonge managers. Er werd een even uitdagend als omvangrijk managementgame gespeeld, bestudeerd en geëvalueerd, waarin ook een aantal ethische dilemma’s waren verwerkt. Op één daarvan wil ik specifiek ingaan:

Steekpenningen

De casus betrof een wereldwijd opererend zeesleep- en baggerbedrijf met opdrachtgevers in tal van Afrikaanse en Aziatische landen. Een nieuw aangestelde divisiedirecteur werd door de Raad van Bestuur bewerkt om in de komende vergadering van de Concerndirectie een door de ethische commissie voorgestelde bedrijfsregel te torpederen. Deze regel behelsde een verbod voor elke medewerker in het bedrijf om steekpenningen aan te nemen of te betalen, dan wel dit op enige wijze te faciliteren.
Hoewel evident is dat een dergelijk beleid niet hanteerbaar is voor wie zaken doet in andere culturen, was het toch frappant om te ervaren hoeveel kandidaten hier tenminste grote moeite mee hadden of zelfs onoverkomelijke bezwaren. Sommigen waren bereid alsnog af te zien van de functie, anderen zagen er geen bezwaar in de groei en gezondheid van het bedrijf in de waagschaal te stellen. Het calvinisme is blijkbaar nog steeds diep geworteld in onze ziel.

Hoewel ik als lid van de Raad van Bestuur met verve het hoe en waarom had uitgelegd (het behoorde tenslotte tot mijn rol), knaagde bij thuiskomst toch de vraag naar de ethische legitimiteit.
Ik zal u mijn argumenten voorleggen:

In Nederland worden grote opdrachten al decennia lang giraal afgewikkeld en komt er vrijwel geen cash meer aan te pas. Dat is niet overal zo. De meeste economieën in de wereld draaien nog voornamelijk op cash. En wordt het leven geleefd (al was het alleen maar om de inflatie en andere onzekerheden van het leven) op dagbasis. Dit betekent dat in de hiërarchie van de samenleving iedereen zorg heeft voor zijn directe extended family. En zorg wil zoveel zeggen als cash. Dat geldt voor de functionaris die gemachtigd is orders te tekenen, voor de chefs die de faciliteiten verlenen, de laadmeesters, de terreinknechten, ach eigenlijk iedereen waar je langs moet om de opdracht tot een goed einde te brengen. Is dat erg? Zou het beter zijn de aan de inkoper betaalde steekpenningen op de factuur als korting in mindering te brengen? Waar komt dat geld dan terecht? Niet bij de mensen die als dagloner niet op de payroll staan, maar wel voor allerlei klussen worden ingehuurd. Dat geld komt bij de aandeelhouders terecht, bij mensen die van hun inkomen nog geld over houden om aandelen te kopen. Is dat dan eerlijk?
Nu houd ik hier geen pleidooi in onze geperfectioneerde samenleving het steekpenningen stelsel maar weer in te voeren; wij hebben geen dagloners meer en alles is geregistreerd. Daardoor kunnen we ons permitteren niet meer uit de losse pols met cash te hoeven strooien. En inmiddels hebben we dat tot ethische norm verheven.
Maar aan de andere kant durf ik het als onethisch te betitelen om het in dat overgrote deel van de wereld waarin cash nog king is, de daggeldeconomieën, niet met cash te strooien.
Dat is te rigide, te dogmatisch, te calvinistisch.
Dat is onze normen opdringen aan anderen, dat is onfatsoenlijk zending bedrijven.
Het enige wat wij mogen doen is vóórleven. Laten zien hoe wij het doen. Onze normen tot dogma’s voor de hele wereld te verheffen is neokolonialisme en paternalisme.
Ook na er nog eens over nagedacht te hebben, lijkt mij dit standpunt ethisch zeer verantwoord. Ik ben benieuwd naar uw tegenwerpingen.

Wim van Halm

vrijdag, april 04, 2008


Afzeiken

Het is ongelofelijk, zo goed als Nederland is in het afbranden van mensen, initiatieven, gedachten uit andere dan de eigen kring. Ik ben Trots Op Nederland, al zolang ik op Koninginnedag met mijn versierde fiets in een optocht liep, dus ver voor de opkomst van Rita Verdonk. En ik ben dus ook trots op onze Nederlandse cultuur. De cultuur van een man een man, een woord een woord; recht zo die gaat en: Wij willen Holland houen… Geen watjescultuur dus. Maar een naar trekje is toch wel dat we de sterke neiging hebben om alles wat van buiten komt cynisch tegemoet te treden en als het ons op het eerste gezicht niet bevalt af te zeiken (sorry voor het woord, maar er is geen beter woord voor)
Deze week hebben we gezien hoe de gevestigde partijen eensgezind een geprononceerde, maar toch electoraal succesvolle politicus, vakkundig hebben afgemaakt en vandaag, 3 april 2008, was het de beurt aan Rita Verdonk om onderworpen te worden aan de Nederlandse afzeikcultuur. Wat voor toespraak ze ook zou hebben gehouden, het zou nooit goed geweest zijn en alle BNers die tevoren al door de diverse media voor hun commentaar waren uitgenodigd deden uiteraard waarvoor ze waren uitgenodigd: afzeiken. Gestreeld door de uitnodiging (Herben, Gordon, de een of andere Croiset met een publieke egotrip en de Utrechtse vastgoedhotemetoot Bartels) of uit politiek opportunistische overwegingen (Pechtold). De laatste was absoluut de meest redelijke en inhoudelijke relevante, maar waarom moet het negatieve toch altijd benadrukt worden.
Dan kies ik toch voor de kracht van Rita: “We gaan ervoor”, met dat vuistje, haar ontwapenende lach onder die alerte, schrandere, maar stralende ogen. Een prachtwijf, een krachtwijf.

Dan stoort me mateloos het volkomen gebrek aan respect van één van de deeltijdcartoonisten van dagblad Trouw waarin zij werd neergezet als een prijsvarken op de heenweg, naast de met een boomblaadje voor zijn schaamte vertrekkende Geert Wilders. Dat is niet leuk, dat is niet beschaafd, dat is doodgewoon harteloos. Weer zo’n raar woord waarvan uw kinderen zullen vragen wat dat betekent. (afzeiken kennen ze wel, denk ik)

Het is bovenal niet terecht.

Zowel Wilders als Verdonk hebben volstrekt gelijk!

Alleen gaat Wilders te hard de confrontatie in. Met zijn toon maakt hij geen mooie muziek, maar draaien de mensen zich afwerend om (Femke) en drukken op de uitknop. Inhoudelijk heeft hij gewoon gelijk met te waarschuwen voor het grote gevaar voor de uithollende werking van de islam in onze westerse samenleving, De Islam kent geen democratische grondbeginselen, geen vrijheid voor de individu, zoals onze samenleving die kent. Daarom gaat het in de opvoeding ook zo fout. In Islamitische culturen is de sociale cohesie de basis voor de samenleving. Niet alleen ouders, maar buren en vrienden en vooral de imam, zorgen voor sociale controle. Een jongen die zich misdraagt krijgt z’n trekken thuis. Hier in het westen ontbreekt dat en ontsporen die pubertjes: ze worden niet in het gareel gehouden, niet gecorrigeerd. Het heeft helemaal niets met de veelgeroemde Verlichting te maken die wij op hen voor zouden hebben, het is gewoon een andere cultuur, een ander wereldbeeld. Maar omdat de islam dat zo voorschrijft denken de moslims hier dat alles geoorloofd is om hun wereldbeeld aan ons op te dringen. En zeker als die pubertjes tot de ontdekking komen dat diefstal en tasjesroof op den duur geen bestendigheid geven en ze rond hun twintigste met hun vrienden op de levensbeschouwelijke toer gaan door de Koran te bestuderen, ontstaat een gevaarlijk explosief. De Koran kent immers geen liefde en biedt geen troost. De Koran kent, even als het Oude Testament en de Thora, geen Nieuwe Testament, waarin liefde en vergeving, respect en genuanceerdheid de leidraad zijn.

Geert Wilders en al zijn aanhangers hebben volstrekt gelijk, maar zij zullen het nimmer krijgen. Het CDA had in strategisch fractieoverleg besloten dat het afgelopen moest zijn met Wilders en dat, ongeacht de argumenten, de uitkomst moest zijn: de “ontmaskering” van de PVV en met name van Wilders. De opening van het debat door fractieleider van Geel van het CDA zette de toon van het debat en heel veel uren later kwam de dodelijke, vooraf reeds bedachte term “ontmaskering” tevoorschijn. Meesterlijk geënsceneerd, het CDA geheel waardig. Vaklui in publieke manipulatie.
Wilders is definitief geïsoleerd en zal op den duur door eenzaamheid wegkwijnen. Zo gaat dat.

En dan komt Rita. Een in alle opzichten stevige dame met een uitstekende staat van dienst. In een gelikte show geeft ze de aftrap van haar politieke beweging met een aantal veelbelovende uitgangspunten en doelstellingen. Een positieve uitstraling en een optimistische levensbeschouwing; we laten ons niet onder schoffelen, we gaan het stevig aanpakken en iedereen die mee wil doen om dit land leefbaar te houden is van harte uitgenodigd. Zo niet: weg wezen!
Wat is er mis met deze boodschap? Niets, maar alle bovengenoemde heren kwamen in hun verwatenheid niet verder dan wat flauwe en cynische opmerkingen. “Niets nieuws, onvoldoende, holle retoriek, gemiste kans, te vrolijk openingsfeest, te amerikaans, rondjes varen op het IJ, waar komt het geld vandaan”, tjongejonge wat een kinnesinne, echt Nederland op z’n smalst. De tv-programma’s Nova en Pauw en Witteman zijn er natuurlijk ook voor om als vooruitgeschoven waakhonden de belangen van het linkse establishment veilig te stellen door alle Fremdkörper onmiddellijk het linkse paradijs uit te drijven, maar wat is het kortzichtig en treurig.

Rita hoort een faire kans te krijgen en gezien haar goede start ga ik er vooralsnog van uit dat ze die zal waar maken ook. Ze verdient het en Nederland verdient het.

Wim van Halm