click op onderstaand webadres. Verblijvend in Bear Country vond ik dit zo toepasselijk dat ik het maar op mijn blog heb gezet.
https://mail.google.com/mail/?hl=nl&tab=wm#all/11d41198e691810f
Er bestaat geen ultieme waarheid. Hoe goed onderbouwd ook, onze waarheid (de mijne én de uwe) is slechts een perceptie van de werkelijkheid. Gefilterd en gekleurd door afkomst, ervaringen en karakter. Ik wil u graag van mijn percepties op de hoogte brengen in de hoop dat die waarde toevoegen aan de communis opinio. Desgewenst kunnen we er in repliek en dupliek over doordenken en zo onze standpunten en opvattingen verfijnen en nuanceren. Dan zijn we waardevol bezig.
woensdag, oktober 29, 2008
zaterdag, oktober 04, 2008

broeder Nikanor werd Monnik na eerst als beurshandelaar te hebben gewerkt
Hoe staan we er nu echt voor?
Ja, ik heb óók economie gestudeerd, hetgeen mij enig recht van spreken geeft. Niet zoveel natuurlijk als Naut Wellink, of Wouter Bos, maar daar staat tegenover dat ik vrijuit kan spreken: zonder last of ruggespraak. Iedere econoom van enige allure op een verantwoordelijke positie zegt dezer dagen niet wat hij echt denkt. Zijn verantwoordelijkheidgevoel zegt hem geen bijdrage te leveren aan de verdere destabilisering van onze economie en hij wil daar trouwens ook niet achteraf van beschuldigd worden. Dus: omfloerst taalgebruik, sussende woorden, de “ga maar lekker slapen, ’t is wel ernstig, maar wij waken voor u” strategie. À propos: Teneinde dat onzinnige hij/zij gedoe te vermijden versta ik onder economen zowel mannen als vrouwen: het zelfstandig naamwoord econoom is mannelijk.
Iedereen met enige economische scholing wist al jaren dat de Amerikaanse economie op louter lucht was gebaseerd. Op “vertrouwen” wordt dat nu genoemd. Niet pas de laatste acht jaar, maar al wel twintig jaar. Dat de gemiddelde consument zich dat niet realiseerde, ook niet de Amerikaanse (of Nederlandse) huizenbezitter met een onrealistisch hoge hypotheek, is volstrekt begrijpelijk. In feite voltrekt de geldeconomie zich voor meer dan 95% buiten het gezichtsveld van de consument. Dus als de “deskundigen” bij de bank zeggen dat jij die lening, die hypotheek wel kunt krijgen, is voor de consument het denkproces afgelopen. Zij zullen het immers wel weten en zo niet dan hebben ze pech gehad. Voorlopig heb jij het geld om de aannemer te betalen bij de oplevering van je huis. Risicoverzekeringetje voor het geval van ontslag of ontijdig overlijden en klaar is kees. Zo gaat het ook met “geld uit de muur”: zolang dat ding geld uitspuwt als je erom vraagt hoef je verder niet te denken. In Amerika is men nog verder verwijderd geraakt van het echte geld. Alles, maar dan ook alles wordt met creditcards betaald. Elke Amerikaan met een vaste woon- en verblijfplaats en een regelmatig inkomen heeft er minstens twee. Vaak moet je er in winkels namelijk twee laten zien als de aanschaf wat duurder is. Wie geen creditcard kan tonen wordt verondersteld niet kredietwaardig te zijn en heeft een groot probleem. Cash is gedegradeerd tot tipgeld en kleine of zwarte transacties. Cash heeft de geur van illegaliteit. Niemand betaalt dus met geld, maar met een creditcard. Dat wil zeggen: als de terminal je creditcard accepteert is de transactie rond. Aan het eind van de maand zie je wel veder. Dan komt de maandnota van de creditcardmaatschappij met je bijgewerkte saldo. Daar staat wel op welke aanschaffingen je hebt gedaan, maar daar kijk je niet naar, dat wist je al. Het enige wat je interesseert is welk bedrag je voor de twaalfde van de komende maand moet betalen om niet in de problemen te komen. Dat is niet de som van je aanschaffingen, maar de rente daarover. Zolang je die maandrente maar kunt betalen is er niets aan de hand. Het salaris van de mensen gaat dus niet op aan aanschaffingen, maar aan de rente daarover. Het piekeren van de consument betreft dus niet de vraag hoe hij zijn aanschaffingen moet betalen, maar of en hoe hij de rente aan zijn creditcardmaatschappij moet betalen. Mist hij een rentebetaling, dan wordt zijn probleem wel groter, omdat de rente dan fors omhoog gaat. Maar geen nood: om dat te voorkomen boek je een bedrag van je ene creditcardmaatschappij over naar de andere, dan zit je in elk geval weer een maand goed. De relatie met het gekochte goed en de waarde daarvan is daardoor geheel verloren gegaan. Het enige wat nog telt is: hoe hou ik de creditcardmaatschappij van mijn dak.
Als elke Amerikaan alles in de komende drie maanden zou moeten aflossen waarvoor hij met zijn creditcard heeft betaald, zou iedere Amerikaan failliet zijn, met uitzondering van degenen aan wie een creditcard geweigerd is. Heel Amerika wordt dus in gijzeling gehouden door de creditcardmaatschappijen. Zo voelt dat natuurlijk niet, omdat iedereen eraan gewend is en zelfs zo is opgevoed. En de creditcardmaatschappijen kijken wel uit, die willen alleen nog maar meer krediet verschaffen: hoe meer krediet hoe meer rente.
In Nederland gaat het zachtjesaan niet veel anders, maar doordat we traditioneel wat achter lopen, zijn we hier nog niet helemaal de aansluiting tussen de investeringen en het daarvoor benodigde geld uit het oog verloren. Als goede calvinisten weten we gelukkig nog steeds dat er altijd een dag van afrekening komt. Bij ons bestaat zelfs de leenbank nog, waar je geld kunt lenen om een wasmachine of een televisie te kopen. De lening is psychologisch gekoppeld aan de investering. Bij de creditcard is dat ook ontkoppeld.
Denk niet dat dat niet belangrijk is: het is essentieel. Het menselijk brein werkt immers logisch, in als: dan, in oorzaak en gevolg. Als je die sequentie ontkoppelt raakt het menselijk brein gedesoriënteerd, zeker als de reeks van oorzaken met mogelijke gevolgen wat ingewikkeld wordt. De vraag of je je een (te) dure auto kunt permitteren laat zich heel anders beantwoorden als die (al of niet in termijnen) moet betalen, of dat je alleen de rente over het aanschafbedrag moet betalen. In dat geval zouden er in Nederland, net als in Noord Amerika, heel wat meer Hummers rondrijden. In Amerika worden die gewoon met creditcard aangeschaft (drie jaar rentevrij: als de fabrieksvoorraden maar weggewerkt worden), in ons land doorgaans cash.
Dit alles is slechts een probleem op consumentenniveau: waar praten we over. Als het daarbij bleef was het probleem nu al opgelost. De banken en creditcardmaatschappijen zouden drie maanden vorderingen afschrijven uit hun stroppenpotten en verder overgaan op de orde van de dag. Maar boven het consumentenniveau zitten nog een paar lagen: het bedrijfsleven en de overheid. Het bedrijfsleven is eigenlijk het verlengde van de consument: de detailhandel, de groothandel, de fabrikant en alle tussenschakeltjes die ook een graantje meepikken, dienstverleners als makelaars, adviseurs en andere luchtverkopers. Daar gaat het niet meer om één wasmachine, maar om tienduizend wasmachines, of honderdduizend. De bedragen zijn evenredig groter en de belangen ook.
Daarboven komt de overheid: het leger, de politie, de departementen en ministeries, de provincies en gemeenten. Die verdienen niets, die hebben geen geld, die heffen belastingen voor de uitgaven die ze doen, met als argument dat dat voor het “Algemeen Belang” is. Daar zijn we aan gewend, dus dat betalen we ook. We willen immers veiligheid, scholen voor onze kinderen, medische zorg en andere voorzieningen die we in ons eentje of samen met onze buren niet kunnen realiseren.
Het echte probleem komt echter pas nu om de hoek kijken. Die overheid produceert (als het goed is) namelijk zelf niets. Ze initieert, faciliteert, financiert en regisseert, dat is haar taak. En de banken zijn de tussenschakel die al die economische activiteiten tussen overheid en samenleving mogelijk moeten maken. De oliemannetjes die de machine draaiende houden. En zolang die de rente op hun uitstaande vorderingen binnenkrijgen hebben die geen probleem. In essentie zijn die banken van hetzelfde hout gesneden als die consumenten: als de deskundigen het zeggen hoef ik niet verder te denken. Als de regering het zegt zal het wel goed zijn. Maar als die regering het te hoog in zijn bol heeft en uitgaven doet die haar draagkracht (per definitie de draagkracht van haar burgers) te boven gaat, ontstaat er wel een heel groot probleem.
Dat nu is het geval in Amerika: als de overheid haar schulden zou moeten aflossen zou dat per persoon ongeveer een miljoen dollar kosten. Meer dus dan de doorsnee Amerikaan gedurende zijn leven ziet. Voor dat bedrag heeft de Amerikaanse overheid een veel te groot leger opgebouwd, een veel te grote wapenindustrie, een veel te grote administratie. Ja, daarmee hebben ze jarenlang heel veel mensen van een inkomen voorzien, hetgeen weer een positieve bijdrage leverde aan de economie. Maar wel allemaal op de pof: Met geld dat (nog) niet bestond, dat misschien in de toekomst terugverdiend zou kunnen worden. Oorlogen werden gestart en landen werden gekocht en niemand hoefde te betalen, alleen de rente hoefde te worden betaald. De banken kwamen op den duur wel krap te zitten, maar leenden op hun beurt weer bij andere landen met overschotten, zoals China. Die Chinezen zaten daar niet mee, zolang ze in plaats van geld te krijgen hun spullen maar mochten leveren. Ook een methode om je centen binnen te krijgen als je toch meer hebt dan nodig is. Hebben die Chinese fabrikanten en werknemers ook weer wat te doen, toch? Zo blijft er brood op de plank.
Jaren lang is dat fantastisch gegaan: geen gezeik, iedereen rijk. Niks aflossen en gewoon een termijntje rente betalen, geen vuiltje aan de lucht. Totdat: tja, wat gebeurde er eigenlijk. Niet een echte oorzaak. Successievelijk ging er steeds vaker iets mis. Enron en in haar kielzog accountantskantoor Arthur Anderson, dat de wereld grotelijks belazerd had. Andere wereldspelers, binnen of buiten Amerika, zoals Ahold en Parmalac, het waren de eerste serieuze signalen dat het mis zou gaan. Als ervaren rat ging je toen als de bliksem via de ankerkabel het schip af. Alleen: ervaren ratten zijn er niet veel, de meesten zijn jonkies die nog geloven in kettingbrieven, loterijen, gratis geld en andere sprookjes.
Nu zijn al die jonge ratjes failliet, gewoon kapot. Nog maar kort geleden werd door allerlei geschoolde specialisten beweerd dat de golfbeweging in de economie (zeven vette jaren vs. zeven magere jaren en de Kondratieff cyclus, niet meer bestond. Jawel dus. Je kunt leren uit het verleden en weten wat en waarom je het verkeerd hebt gedaan, maar dat helpt volgende generaties niet. Die denken de stommiteiten van hun voorgangers niet meer te maken. Nee, niet precies dezelfde, dat zou pas echt stom zijn, maar wel in essentie dezelfde.
Ben Bernanke, president van de FED, het hoogste financiële orgaan in Amerika promoveerde op een proefschrift waarin hij uitlegde dat voor het draaiende houden van de economie desnoods het uitstrooien van geld uit helikopters voldoende was. Zodoende zouden immers de “consumenten” blijven consumeren en konden de fabrieken dus blijven produceren. Zo’n man geeft dus vandaag de dag leiding aan de wereldeconomie. En iedere paar generaties wordt het weer geprobeerd: de Russen met hun obligaties, de Duitsers. Maar geld zonder onderliggende echte waarde is en blijft vals geld, wat mannen als Burnanke ook mogen beweren. Daarbij is “vertrouwen” (een ander woord voor “lucht”) geen onderliggende waarde. Tegenover een hypotheek moet de voortbrengingsprijs van het onderliggende vastgoed staan, niet de opgeklopte terugverdiencapaciteit van de koper van dat vastgoed.
Ja, ik weet het. Op die manier zouden we, ook in de westelijke wereld, nog steeds zeer sobertjes leven. Maar wel schuldenvrij en vast niet minder gelukkig. Gelukkig zijn gaat immers niet omgeld, maar om liefde, seks, glans in je ogen en een lach op je gezicht. Dat is menselijk geluk. En als je een keer de stress en spanning wilt voelen die uitstijgt boven je relaxte leven van alledag, dan neem je een keer plaats in de rollercoaster op de kermis, of je gaat een keer naar het casino. En daarna terug naar je duplexwoningkje om er nog een gelukkig en spannend uurtje aan toe te voegen.
Het heel grote probleem is namelijk onoverbrugbaar en onoplosbaar: Hoe intelligent we ook zijn (denken we), onze overzichtsbreedte (scope) omvat niet meer dan zeven jaar (voor grote geesten als Kondratieff 20 jaar). We kunnen door enkele nerds wel onze historie laten documenteren, maar dat is geschiedschrijving, verleden tijd. De Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) was naar de huidige opvattingen prut, wij kunnen het beter. Hoezo? Daarover zal ik later schrijven, maar om te beginnen konden ze mondiaal financieren en en passant nog ontwikkelingswerk doen ook.
De jonge ratjes van nu hebben, net als vroeger, wel 7 jaar kennis in hun knar, maar geen 7 jaar ervaring. Ze kunnen geen zeven jaar vooruit denken. Niemand kan dat, ook ik niet. Maar om die menselijke tekortkoming te vervangen door kwartaalresultaten en jaarbonussen is mensen bevestigen in hun onvermogen. Ze de indruk geven de toekomst volledig te kennen is eigenlijk een misdaad.
We zijn nu aangeland op een kale rotsige kust. Met steile pieken en diepe ravijnen. We leven nog, maar ons schip is op de klippen gelopen. Het gaat er nu om om te overleven. Om niet om te komen van de honger en een dak boven ons hoofd. Vangnetten en reddingssloepen zijn er niet meer, laat staan gouden handdrukken en bonussen. Het komt er nu op neer om, samenwerkend met de andere overgebleven ratjes een veilige plek te zoeken, daar ons te herstellen en te leren gelukkig te zijn met minder. Dat is niet echt moeilijk, want voor alle materiële waarden die met deze schipbreuk verloren zijn gegaan komen andere immateriële waarden terug. Welke dat zijn vraagt u maar aan uw therapeut. Kijk naar de jaren van opbouw na iedere oorlog. Dan zie je de herstelcapaciteit en veerkracht waardoor het menselijk ras nog steeds niet uitgestorven is. Dan viert optimisme, saamhorigheid en positieve energie de boventoon. De ellende begint pas opnieuw als in alle basisbehoeften weer is voorzien en we weer alleen voor onszelf gaan. Om onze buren te laten zien dat wij het beter doen.
Maar dan zijn we weer een generatie verder. De babyboomers van na de tweede wereldoorlog hebben die wijsheden nog van hun ouders meegekregen, maar hun kinderen weten niets meer van steile pieken en diepe ravijnen, die denken alleen nog maar aan geld uit de muur en slimmer zijn dan je buurman. Dat zijn de managers van nu en ze komen van een koude kermis thuis. Gelukkig zullen hun kinderen opnieuw beseffen dat er geen geld strooiende helikopters bestaan en geluk niet in het casino kan worden verworven, maar wel in de onderbuik. Helaas zullen hun kinderen weer dezelfde fouten maken als onze kinderen. Zo blijft helaas de cyclische welvaartsgolfbeweging eeuwig bestaan, zoals eb en vloed, dag en nacht, zon en regen. Het zij zo. Het echte geluk bevind zich onder de deken.
Wim van Halm.
Abonneren op:
Posts (Atom)