Als Ouderen dood willen, vraag je toch: waarom?
In Trouw van 28 maart j.l. schrijft Theo Boer, universitair docent ethiek aan de Protestantse Theologische Faculteit te Utrecht dat het van een “alarmerende kilheid” getuigt als de samenleving zelfdoding rimpelloos zou accepteren.
Even daarvoor schrijft hij: “Het zou niet de eerste keer zijn dat de babyboomers zich bijzondere rechten eigen maken: eerst privileges waar moderne jongeren alleen maar van kunnen dromen, zoals vut en uitstekende pensioenen, en om al dat moois af te ronden nu ook de zelfdoding regelen”.
Over verbijsterende kilheid gesproken… Alsof “de babyboomers” zichzelf als geprivilegeerde groep heeft gemanifesteerd en alleen voor zichzelf bezig zijn (geweest). Er is voor gewerkt, nagedacht, betaald en niet alleen voor henzelf, maar ook, en misschien wel vooral, voor hun nageslacht en voor een betere wereld.
Om met Geert Wilders te spreken: “het is schandalig” om zo een hele generatie te stigmatiseren als opvreters en egoisten.
Het is alsof Boer de babyboomers het privilege wil ontnemen om waardig te sterven, nota bene boven op al het andere wat ze al voor zichzelf binnengesleept hebben. Ik vraag me af waar de ethische inborst van Boer zit en of zijn mening representatief is voor alle ethici in Utrecht. Ik zal eens rondvragen.
Terug naar het onderwerp: waardig sterven. Het lijkt me geen onderwerp dat zich leent voor kwalificaties als “recht op” of zoiets. Niemand heeft “recht op”. Humaniteit betekent keuzevrijheid; de ratio geeft de mens keuzevrijheid, keuzevrijheid tussen goed en kwaad, tussen waardig sterven of de ellendige vernietiging als onvermijdelijk accepteren. Ook de beleidende Christenen onder ons die nog echt geloven in de zes dagen van de schepping wil ik er op wijzen dat de mens, door te eten van de boom van goed en kwaad, zelf heeft gekozen voor keuzevrijheid, hetgeen de mens vervolgens door God werd gegeven. Maar ook de niet gelovigen moet het aanspreken dat humaniteit betekent dat de mens capabel is te kiezen en het eigen lot te bepalen. Ook sterven hoort daarbij.
En iedereen mag mij vragen waarom ik de beslissing neem om te sterven of te blijven leven. En iedereen heeft recht op een oprecht antwoord. Maar niemand heeft het recht om daar een waardeoordeel aan te verbinden. Dat is aanmatigend, alsof de vrager meer recht heeft op het gelijk dan de antwoorder. De “waarom” vraag is trouwens altijd agressief. Het betekent immers impliciet “ik ben het niet met je eens”. Zo zou het niet moeten zijn, maar zo is het geworden. De waarom vraag was ooit een vraag van interesse, maar dat is veranderd. Uit de waarom vraag blijkt geen empathie, alleen behoefte aan munitie om de ander van repliek te kunnen dienen.
In het artikel van Theo Boer proef ik die agressie, dat het oneens zijn met anders denkenden, die zendingsdrang om met de waarom vraag mensen op andere gedachten te brengen.
Ik ben bijna vijfenzestig en al meer dan vijtien jaar lid van de NVE, de Vereniging voor Vrijwillige Euthanasie. In mijn portemonee zit een niet-reanimeren-pas, ik ben een principieel voorstander van Vrijwillige Euthanasie. Nog steeds, ondanks dat ik, na mijn tweede hartinfarct, nog in het ziekenhuis, geheel onverwachts in een klinisch dood situatie tercht kwam. In paniekerige, maar niettemin toegewijde zorgzaamheid heeft men mij, niet bewust van mijn niet-reanimeren pas, toch gereanimeerd. Ik heb nog wat in coma liggen sudderen, maar toen men mij na enkele dagen vroeg wat er gebeurd was wist ik van niets. Volgens mij had ik een beetje geslapen en wat gedroomd. Achteraf kun je zeggen dat ik geluk heb gehad, maar hoezo? Als ik was overleden had iederen daar vrede mee gehad, zelfs mijn vrouw, los van de rouwverwerking, hetgeen een apart hoofdstuk is dat geheel buiten dit kader valt. Ongeacht wat ik nadien aan waarde heb bijgedragen aan de wereld om mij heen, zoals wellicht nu, zou niemand mij gemist hebben, de emotionele aspecten buiten beschouwing latend. De wereld draait gewoon door, msschien zelfs beter.
Daarmee kom ik terug op het wereldbeeld van Theo Boer. Hij ziet kennelijk niet het leven als een recht, maar als een plicht: “Leven zult gij tot ge er in pijn en ellende bij neervalt, desnoods tot afschuw van wie u omringen, maar tot meerdere ere en glorie van God.”. Dat kan toch niet waar zijn! De mens koos (en kreeg) keuzevrijheid tussen goed en kwaad, maar houdt dat als het om leven of sterven gaat houdt dan opeens op!
Waarom zouden we niet accoord gaan met een zelfgekozen dood? Jong of oud, mij maakt het niet uit. De legitimatie “ondragelijk lijden” komt voor in alle leeftijdscategorieën. En wie afscheid neemt en op de ultieme trein stapt: het zij zo. Voorwaarde voor mij is dat ze geen rotzooi achterlaten. Geen vernielde levens, schulden of andere schade. Dat is laf vluchtgedrag en dat is te simpel.
Maar als het leven geleefd is (en wie anders dan de betrokkene kan daarover oordelen) zou het mogelijk moeten zijn om waardig afscheid te nemen. Ik zei het al: ik ben bijna vijfenzestig en heb recentelijk mijn aanvraag voor AOW ingediend. De eerste uitkering ga ik stoppen in een gezellig feest. Want zolang ik er ben wil ik er zijn. En reken erop dat ik er zelf ook van geniet. Maar genoeg is genoeg: maatschappelijk voel ik geen functie meer, geen toegevoegde waarde, de maatschappij heeft mij niets meer te bieden, en ik de maatschappij niet wat een ander niet ook kan en misschien zelfs beter. Waarom zou ik dan tot het bittere eind, seniel en onbekwaam, m’n familie en vrienden in ellendige vertwijfeling doen verkeren en de maatschappij op kosten jagen? Omdat ik rechten heb? Bullshit! Ik heb recht op keuzevrijheid en ik kies voor de dood als de redelijkheid daar is. Ik heb “recht op een waardig leven en recht op een waardige dood”, net zo goed als ik “geen recht heb op een waardig leven en geen recht op een waardige dood”, zoals etici als Boer beweren Ik veroordeel de maatschappij die mij mijn keuzevrijheid, ook over leven of dood, niet faciliteert. Dat is aanmatigend, bevoogdend en nog wat van dat soort termen.
Ik leef!. En ondanks mijn niet gelukte zelfgekozen dood, geniet ik ervan. Ik heb een lieve vrouw waar ik oprecht van hou, zelfs na meer dan 45 jaar vriendje en vriendinnetje. Ik heb vele vrienden en vriendinnen en ik geniet evan, maar aan alles komt een eind. Zou het morgen zijn: ik ben bereid. Sans rancune. Ik zal mij niet beroepen op “recht op leven”. Dat hebben we niet; we hebben alleen de plicht om er te zijn zolang als we er zijn. En als we die plicht niet meer kunnen vervullen hebben we “recht om te sterven”. Is dat redelijk? Ik denk van wel!
Maarn ,maart 2007
Wim van Halm.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten