dinsdag, oktober 24, 2006

Op deze tekening van Len Munnik In Trouw van Zaterdag 22 oktober 2006 ziet u Defensie die ongemerkt met het miljardenverslindende JSF oorlogstuig aan de haal gaat terwijl in de democratische arena (de Tweede Kamer) de gemoederen zich profileren op het "dossier" Lingo, een alleraardigst televisiespelletje, een niemendalletje. Over beleid gesproken:


Regeren is iets anders dan incidentenmanagement

Elke week is er tegenwoordig wel een spoeddebat in de Tweede Kamer, waarbij een Minister op het matje moet komen vanwege een al dan niet vermeende fout, blunder, of wat dan ook.

Vrijwel steeds gaat het daarbij niet om beleid, maar om uitvoering. Niet om de bestendige gedragslijn, maar om incidenten.

Een minister is er om het beleid te structureren en de Tweede Kamer is er om het beleid te controleren.

Beiden zouden zich moeten onthouden van meningen en opvattingen over incidenten, althans in rechtstreekse zin.

Natuurlijk hoort een Minister warme gevoelens van medeleven te tonen bij calamiteiten, maar er is geen enkele reden waarom hij/zij diezelfde dag in de Kamer zou moeten verschijnen om allerlei vragen (al dan niet insinuerend of agressief) te beantwoorden.

Een incident, hoe ernstig ook, kan nooit een veroordeling van het gevoerde beleid (en dus van de Minister) betekenen.
Het kan wel een reden zijn om het beleid (dat in wisselwerking tussen Minister en Tweede Kamer tot stand is gekomen en geaccordeerd) nog eens onder de loupe te nemen om te bezien of er bijstelling nodig is.


Maar dan wel na:

  • een periode van bezinning totdat de eerste emoties zijn weggeëbd;
  • een uitgebreide verslaglegging en analyse door de gezamenlijke pers
  • een gedegen onderzoek door de bestaande toezichthouders
  • een rechtstreekse rapportage daarvan aan de Tweede Kamer (dus zonder tussenkomst en redactie door de Minister)

Wat de huidige gang van zaken veroorzaakt is incidentenmanagement inplaats van beleid.

Ministers horen zich niet met incidenten of individuen bezig te houden. Daar horen ze verre van te blijven, ook om daardoor niet gehinderd te worden in de structurering van het beleid. Daar zijn uitvoerende instanties voor die op grond van hun ervaringen in de praktijk terugkoppelen naar de Minister. (N.B. Onder Minister uiteraard mede te begrijpen het Ministerie, dat immers niet meer behoort te zijn dan het verlengstuk van de geest en de handen van de Minister)

Directeuren Generaal en andere beleidsambtenaren die dat niet kunnen opbrengen moeten of de politiek in gaan of een andere baan zoeken.

De Tweede Kamer hoort een Minister dan ook niet te bevragen over incidenten of individuen, maar alleen over het beleid, en pas nadat de operationele toezichtorganen hun bevindingen hebben aangeboden. De controle daarop kan gratis aan de pers worden toevertrouwd.

Het is te betreuren dat Kamerleden de tijd en de behoefte hebben om vragen te stellen over de waan van de dag die ze 's ochtends via de media aangereikt krijgen, en het is treurig dat een Minister daarvoor moet komen opdraven en dat nog doet ook. De waan van de dag kan nog zo heftig zijn: elf doden bij een brand in een gevangenis of wat dan ook, het heeft niets met beleid te maken en dus ook niet met de Minister, noch met de Kamer.
Het is effectbejag uit politiek opportunisme en misplaatste misplaatste betrokkenheid.

Wim

Geen opmerkingen: